Eerst kijken, diagnosticeren kan later

Een mens is zoveel meer dan een etiket

De diagnostiek van een patiënt is iets waar ik als therapeut niet te snel achteraan ga. Als iemand zegt dat hij depressief is, betekent dat nog niet dat hij aan depressies lijdt. Daar wil ik juist naar kijken. Ik begin mijn gesprekken met het creëren van ruimte en samen met de patiënt zoek ik naar de juiste woorden en een passend perspectief. De manier waarop een therapeut iemands klachten etiketteert, is bepalend voor de insteek van de behandeling. De ene diagnose geeft directere toegang tot een oplossing dan de andere. Dat is niet zwart of wit. Je kunt zeggen: “Ik ben depressief” óf “Ik ben nog steeds niet gewend aan het feit dat mijn man me in de steek heeft gelaten”. Er is een fundamenteel verschil tussen de ene en de andere benadering. Een psycholoog die met de diagnose ‘depressie’ start, begint met nadenken over therapiemethode, eventuele medicatie en een lijst van standaardvragen om de diagnose te kunnen stellen. De therapeut die daarentegen begint bij het feit dat de patiënt er niet aan kan wennen dat haar man haar in de steek heeft gelaten, kijkt naar wat die relatie waard is geweest. Deze laatste insteek vind ik prettig omdat ik op die manier de sterke stukken van iemand kan verzamelen. Ik vind dat ook een herkenbaarder onderzoek. Bovendien geef ik mensen een perspectief mee: “als ik dáár dus anders in zou staan, als ik me op een andere manier kon verhouden tot die gebeurtenissen, dan zou het misschien wel beter met mij gaan”. Dat klinkt naar mijn idee overzichtelijker dan ‘het oplossen van een depressie’.